Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015

Alinea 207 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1295.

39. Zoals hiervoor is vastgesteld, is de jurisprudentie van de Hoge Raad tot nu toe duidelijk, in die zin dat er geen plaats is voor niet-ontvankelijkheid van het OM als reactie op overschrijding van de redelijke termijn. De met een zekere regelmaat voorkomende, van deze jurisprudentie afwijkende, rechterlijke uitspraken zijn de reden om door middel van deze vordering aan de Hoge Raad de vraag voor te leggen of deze rechtspraak aanpassing behoeft. Ik meen dat die vraag bevestigend kan worden beantwoord. Dat betekent dat ik de opvatting van de rechtbank in het vonnis waarop deze vordering betrekking heeft, die inhoudt dat in jeugdstrafzaken in uitzonderlijke gevallen de mogelijkheid moet bestaan het OM niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging wegens overschrijding van de redelijke termijn, niet onjuist acht. Om daarover het oordeel van de Hoge Raad te verkrijgen zal ik in onderstaand middel echter het tegengestelde standpunt innemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568, en de alinea staat in dat document op bytes 98199 tot 99168.