Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1295.
7. In zijn arrest van 3 oktober 2000 zet de Hoge Raad – voor het eerst op een geïntegreerde wijze – de lijnen uit met betrekking tot de vraag wanneer er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn en de wijze waarop de rechter met termijnoverschrijding zou moeten omgaan. Algemene uitgangspunten daarbij zijn dat de redelijkheid van de duur van een strafzaak afhankelijk is van onder meer de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. Voor de berekening van de redelijke termijn wordt de behandeling van de strafzaak opgeknipt in deeltermijnen voor iedere aanleg, waarbij echter in bijzondere gevallen ook de totale duur van de procedure als inbreuk op art. 6 lid 1 EVRM kan worden aangemerkt. Voor de gevallen waarin de verdachte zich in verband met de zaak in voorlopige hechtenis bevindt of waarbij het strafrecht voor jeugdigen is toegepast wordt een uitzondering gemaakt op de gangbare vuistregel van twee jaren per instantie, waarbinnen een zaak moet zijn afgewikkeld. In deze gevallen behoort de zaak binnen 16 maanden (per aanleg) te zijn afgedaan, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Waar deze termijn aan ontleend is wordt in het arrest niet duidelijk gemaakt maar in zijn noot bij het arrest verwijst De Hullu naar de conclusie van AG Jörg bij HR 7 maart 2000 , waarin wordt voorgesteld bij jeugdige verdachten aan te sluiten bij de termijn die voor gedetineerde verdachten wordt aangehouden, namelijk 16 maanden. Van belang voor de onderhavige zaak is dat de Hoge Raad in dit arrest de rechtsgevolgen van een overschrijding van de redelijke termijn heeft aangescherpt door te bepalen dat een overschrijding in de regel behoort te leiden tot strafvermindering en dat voor niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568, en de alinea staat in dat document op bytes 28028 tot 30255.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568 | shasum -a 256