Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1295.

8. In een zaak van een jeugdige verdachte, waarin een beroep werd gedaan op artikel 40 tweede lid, sub b onder iii IVRK, oordeelde de Hoge Raad in zijn arrest van 16 december 2003 dat aan deze bepaling geen andere, verdergaande, betekenis toekomt, dan reeds uit art. 14 IVBPR en art. 6 EVRM voortvloeit. Daarbij verwijst de Hoge Raad naar de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Wet van 24 november 1994, Stb. 862, tot goedkeuring van het IVRK, waaruit kan worden afgeleid dat de betreffende verdragsbepaling voortvloeit uit de bestaande verdragen. Een behandelingsduur van 21 maanden in hoger beroep behoorde volgens de Hoge Raad in de desbetreffende jeugdzaak niet te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568, en de alinea staat in dat document op bytes 30275 tot 31227.