Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015
Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1378.
Naar haar bewoordingen richt artikel 40, eerste lid, IW zich op ”Degene die, al dan niet tezamen met zijn partner en zijn bloedverwanten in de rechte lijn, direct of indirect voor ten minste één derde gedeelte van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is in een vennootschap (…)”. In deze tekst kan “degene” in samenhang met de daarop volgende tussenzin die gelet op de bedoeling van de tekst onlosmakelijk is verbonden met dat begrip, niet anders worden geduid dan als een natuurlijk persoon. Anders dan de Ontvanger verdedigt kan in de tekst van de IW noch in de wetsgeschiedenis steun worden gevonden voor de opvatting dat die tussenzin, in geval van een niet-natuurlijk persoon, eenvoudig weggelaten kan worden. Dit geldt temeer nu het gaat om een zeer ingrijpende rechtsregel waarbij personen aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschuld van een ander. Niet kan worden aanvaard dat onduidelijkheden over de uitleg van die regel worden opgeheven ten nadele van, in dit geval, een rechtspersoon.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab2ebfc998bd9d8b81910de63a58d3c4696423d012ef0afa0e5ddc456e4a5f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab2ebfc998bd9d8b81910de63a58d3c4696423d012ef0afa0e5ddc456e4a5f49, en de alinea staat in dat document op bytes 60769 tot 61801.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab2ebfc998bd9d8b81910de63a58d3c4696423d012ef0afa0e5ddc456e4a5f49 | shasum -a 256