Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015
Onder 4.7. Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1378.
Vaststaat dat tot 1 januari 2001 naast houders van een aanmerkelijk belang in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 ook lichamen die een deelneming bezaten aansprakelijk konden worden gesteld. Uit de wetsgeschiedenis van het huidige artikel 40 van de IW kan worden afgeleid dat beoogd is de wet aan te scherpen, omdat de geldende bepalingen onvoldoende bleken te zijn om de handel in vennootschappen, waarop nog bepaalde fiscale claims rusten, tegen te gaan. Het wetsvoorstel strekte ertoe de aandeelhouder van een vennootschap waarvan de bezittingen in belangrijke mate bestaan uit beleggingen, die zijn aandelen vervreemdt, aansprakelijk te doen zijn. Door de grens van een bezit van een derde van het geplaatste kapitaal wordt bewerkstelligd dat het artikel slechts van toepassing is op aandeelhouders die een belangrijke zeggenschap in de vennootschap hebben. In de huidige wettekst is ten aanzien van het begrip “aandeelhouder” geen verwijzing meer opgenomen naar het aanmerkelijk belangregime in de Wet inkomstenbelasting 2001.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab2ebfc998bd9d8b81910de63a58d3c4696423d012ef0afa0e5ddc456e4a5f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab2ebfc998bd9d8b81910de63a58d3c4696423d012ef0afa0e5ddc456e4a5f49, en de alinea staat in dat document op bytes 65917 tot 66977.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab2ebfc998bd9d8b81910de63a58d3c4696423d012ef0afa0e5ddc456e4a5f49 | shasum -a 256