Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015

Onder 4.17 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1378.

Door te spreken van “direct of indirect” werkt de invorderingsmaatregel ook bij het ‘tussenschuiven’ van lichamen. Indien A dus 100% van de aandelen in X BV houdt, terwijl X BV een derde houdt van de aandelen in Y BV en A de aandelen in X BV verkoopt, dan kan A aansprakelijk zijn voor de vennootschapsbelastingschulden van X BV en Y BV. A heeft immers een direct belang in X BV en een indirect belang in Y BV. Indien in dit voorbeeld het X BV zou zijn die de aandelen in Y BV vervreemdt, dan is art. 40, eerste lid, Inv. niet van toepassing, omdat A niets vervreemdt. Toch kan A aansprakelijk zijn voor de vennootschapsbelastingschulden van Y BV, want in art. 40, vijfde lid, Inv. is bepaald dat het eerste lid ook toepassing vindt bij vervreemding van een deelneming in de zin van de Wet Vpb 1969. Een deelneming is er in beginsel vanaf 5%. Booij verwondert zich over dit lagere percentage en vindt dat het meer voor de hand had gelegen hier ook als voorwaarde een derde te stellen. Zijn kritiek is begrijpelijk, omdat door deze voorwaarde het kan voorkomen dat art. 40 Inv. toepassing vindt, terwijl er geen (doorslaggevende) zeggenschap van de natuurlijk persoon in die deelneming is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab2ebfc998bd9d8b81910de63a58d3c4696423d012ef0afa0e5ddc456e4a5f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab2ebfc998bd9d8b81910de63a58d3c4696423d012ef0afa0e5ddc456e4a5f49, en de alinea staat in dat document op bytes 80778 tot 81987.