Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015

Onder 4.18 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1378.

Als deze overweging tot uitgangspunt wordt genomen dan kan daaruit allereerst worden afgeleid dat zowel een lichaam als een natuurlijk persoon, direct of indirect, ten minste een één derde belang moet hebben in de vennootschap waarin de reserve aanwezig is. Gevolg hiervan is dat de “kwantitatieve toets” moet plaatsvinden op het niveau van de vervreemde vennootschap. Voor deze interpretatie pleit tevens dat, indien dit niet het geval zou zijn, degene die zijn aandelen indirect houdt in een “slechtere” positie wordt gebracht dan degene die zijn aandelen direct houdt. Dit kan de bedoeling van de wetgever toch ook niet geweest zijn?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab2ebfc998bd9d8b81910de63a58d3c4696423d012ef0afa0e5ddc456e4a5f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab2ebfc998bd9d8b81910de63a58d3c4696423d012ef0afa0e5ddc456e4a5f49, en de alinea staat in dat document op bytes 84455 tot 85115.