Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:147.

De vraag naar de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter met betrekking tot het faillissementsverzoek van [verweerster] moet worden beoordeeld volgens de bevoegdheidsregels van de Insolventieverordening, omdat de zaak binnen het materiële toepassingsgebied van de verordening valt (art. 1) en het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar binnen de Europese Unie – in het onderhavige geval in Nederland of in België – is gelegen. Volgens art. 3 lid 1, eerste volzin, InsVo zijn de rechters van de lidstaat waar het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar gelegen is, bevoegd om een insolventieprocedure te openen. Krachtens art. 3, lid 1, tweede volzin, InsVo wordt bij vennootschappen en rechtspersonen, zolang het tegendeel niet is bewezen, het centrum van de voornaamste belangen vermoed de plaats van de statutaire zetel te zijn. Een dergelijk vermoeden bestaat niet met betrekking tot het centrum van de voornaamste belangen van natuurlijke personen. In punt 13 van de considerans van de Insolventieverordening is vermeld dat het centrum van de voornaamste belangen dient overeen te komen ‘met de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert en die daardoor als zodanig voor derden herkenbaar is’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/55e4d7e73ce59a9d35ffde1f7b8b89485a95a7b1f823150824e57e9ffcde5d8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 55e4d7e73ce59a9d35ffde1f7b8b89485a95a7b1f823150824e57e9ffcde5d8c, en de alinea staat in dat document op bytes 11755 tot 13115.