Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:147.

Het is vaste rechtspraak van het HvJEU dat het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar autonoom moet worden uitgelegd en moet worden vastgesteld aan de hand van factoren die zowel objectief als voor derden verifieerbaar zijn, waarbij steeds rekening moet worden gehouden met de omstandigheden van het geval. Aan het vereiste van objectiviteit van de relevante factoren en de verifieerbaarheid ervan voor derden is voldaan, wanneer de factoren waarmee rekening wordt gehouden voor de vaststelling van de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert, openbaar zijn gemaakt of minstens zo transparant zijn dat derden – met name schuldeisers – daarvan op de hoogte zijn. Voor de vaststelling van de internationaal bevoegde rechter op grond van art. 3 lid 1 InsVo gaat het in beginsel om de plaats waar het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar zich bevindt op de datum waarop het inleidend faillissementsverzoekschrift wordt ingediend. In het onderhavige geval is in cassatie onbestreden dat als peildatum voor de bevoegdheidsvraag moet worden uitgegaan van 24 april 2014.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/55e4d7e73ce59a9d35ffde1f7b8b89485a95a7b1f823150824e57e9ffcde5d8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 55e4d7e73ce59a9d35ffde1f7b8b89485a95a7b1f823150824e57e9ffcde5d8c, en de alinea staat in dat document op bytes 13194 tot 14596.