Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015
Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:147.
In het arrest van de Hoge Raad van 9 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN7896, NJ 2006/308, is beslist dat noch uit de tekst van art. 3 lid 1 InsVo noch uit de considerans blijkt dat ten aanzien van natuurlijke personen de gewone verblijfplaats als centrum van de voornaamste belangen heeft te gelden. In de zaak die ten grondslag heeft gelegen aan het arrest van 9 januari 2004 betreft het een verzoek tot faillietverklaring van een in België woonachtige schuldenaar die het centrum van zijn voornaamste belangen – waaronder aanzienlijke belangen in een groot aantal in Nederland gevestigde vennootschappen – in Nederland heeft. Uit het arrest volgt dat het niet gaat om de vraag in welke lidstaat het beheer over die vennootschappen wordt gevoerd, maar in welke lidstaat de belangen die beheerd moeten worden zijn gesitueerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/55e4d7e73ce59a9d35ffde1f7b8b89485a95a7b1f823150824e57e9ffcde5d8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 55e4d7e73ce59a9d35ffde1f7b8b89485a95a7b1f823150824e57e9ffcde5d8c, en de alinea staat in dat document op bytes 14675 tot 15644.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/55e4d7e73ce59a9d35ffde1f7b8b89485a95a7b1f823150824e57e9ffcde5d8c | shasum -a 256