Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2015
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1472.
11. Daarbij komt in het onderhavige geval nog een cassatie-technisch aspect in beeld: in de schriftuur ontwaar ik niet een standpunt inzake het belang dat verzoekster bij cassatie zou hebben. Dat belang is er denk ik ook niet, om twee redenen. Aan verzoekster is een geenszins onredelijke straf opgelegd, terwijl uit de straftoemeting niet blijkt dat het Hof juist met de (op zichzelf strafverzwarende) factor van verbreking rekening heeft gehouden. En laten we wel wezen: als het Openbaar Ministerie medeplegen had tenlastegelegd – hetgeen het op grond van de door verzoekster afgelegde verklaring en de vastgestelde verbreking had kunnen doen en, zou de zaak worden teruggewezen naar het Hof, alsnog kan doen –, zou dat een voor verzoekster (extra) strafverzwarende omstandigheid hebben opgeleverd respectievelijk opleveren. Ik wijs op het bepaalde in art. 311, eerste lid 1 onder 4°, Sr. Een tenlastelegging en bewezenverklaring met een dergelijke strafverzwarende inhoud en kwalificatie is verzoekster nu dus bespaard gebleven. Ook met het oog daarop heeft verzoekster geen belang bij cassatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc8507ccba5c2f3621f112cc1a5452c73b823f331bd70c24e20469dc2b8ab92c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc8507ccba5c2f3621f112cc1a5452c73b823f331bd70c24e20469dc2b8ab92c, en de alinea staat in dat document op bytes 18531 tot 19712.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc8507ccba5c2f3621f112cc1a5452c73b823f331bd70c24e20469dc2b8ab92c | shasum -a 256