Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015

Onder 2.25. Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:149.

[verweerder] trekt een vergelijking met de gevallen berecht in HR 24 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2465 en ZC2466, NJ 1998/490 en 491, m.nt. J.B.M. Vranken onder NJ 1998/491. Het ging in deze zaken om schadevergoeding wegens een onrechtmatige daad van een bedrijfsvereniging bestaande in het nemen van onjuiste, door de bestuursrechter vernietigde besluiten ter zake van een AAW/WAO-uitkering. In eerstgenoemde zaak was de uitkering te laag vastgesteld, zodat de uitkeringsgerechtigde maandelijks een te laag bedrag had ontvangen en in de tweede zaak was ten onrechte een bedrag teruggevorderd. Nadat de bestuursrechter de desbetreffende besluiten had vernietigd en de bedrijfsvereniging alsnog een nabetaling resp. terugbetaling had gedaan, vorderde de uitkeringsgerechtigde wettelijke rente. Uw Raad overwoog in de eerste zaak dat de schade – hierin bestaande dat betrokkene pas later de beschikking heeft gekregen over het verschil tussen hetgeen hem periodiek had moeten zijn uitgekeerd en hetgeen hem telkens in feite is uitgekeerd – uit haar aard periodiek, te weten telkens wanneer een uitkeringstermijn verschijnt, is geleden, hetgeen betekent dat de vordering tot schadevergoeding telkens wat het te weinig betaalde betreft opeisbaar wordt. In de tweede zaak overwoog uw Raad dat de te vergoeden schade – die hierin bestaat dat betrokkene gedurende de periode vanaf de terugvordering resp. de verrekening tot de betaling door de bedrijfsvereniging ten onrechte niet de beschikking heeft gehad over genoemd bedrag – uit haar aard terstond is geleden en dat de vordering tot vergoeding daarvan dan ook onmiddellijk opeisbaar was. Uw Raad overwoog in deze zaken voorts dat het niet gaat om de opeisbaarheid van de uitkering – waarvoor een formele toekenning of beslissing van de rechter nodig is – maar om de opeisbaarheid van de schadevergoeding. Schade die bestaat uit het te weinig ontvangen of uit het ten onrechte terugvorderen van uitkeringen wordt ‘uit haar aard’ terstond geleden en is dan ook onmiddellijk opeisbaar, aldus uw Raad. [verweerder] concludeert dat ook de schade die hierin bestaat dat wordt meegedaan aan een effectenleaseplan (en waardoor maandelijkse termijnen worden verschuldigd) “uit haar aard” onmiddellijk wordt geleden en dan ook onmiddellijk opeisbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27eaa8ccdd3fcb1a5ddc978f603294715cf876c09118fcfe7e7120163a7c9a18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27eaa8ccdd3fcb1a5ddc978f603294715cf876c09118fcfe7e7120163a7c9a18, en de alinea staat in dat document op bytes 63204 tot 65543.