Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:149.

15. Op de voet van art. 6:101 BW moet een deel van de schade voor rekening van de afnemer blijven als door deze zelf veroorzaakt. Daarbij geldt dat onderscheid kan worden gemaakt tussen de verschillende schadeposten, te weten: de reeds betaalde rente en aflossing (en kosten) enerzijds, en de restschuld anderzijds. Daarbij moet in aanmerking worden genomen welke de bestedingsruimte was die de afnemer destijds had. In gevallen waarin bij onderzoek door de aanbieder zou zijn gebleken dat de inkomens- en vermogenspositie van de afnemer naar redelijke verwachting toereikend was de rente en aflossing te voldoen, zullen deze schadeposten in beginsel geheel voor rekening van de afnemer moeten worden gelaten, aangezien deze schade dan geheel kan worden toegeschreven aan de omstandigheid dat, naar de afnemer wist of moest weten, met geleend geld is belegd. In gevallen waarin echter bij nakoming van deze onderzoeksplicht aan de aanbieder zou zijn gebleken dat de afnemer redelijkerwijs niet in staat zou zijn (geweest) aan de betalingsverplichtingen uit de overeenkomst te (blijven) voldoen – en de aanbieder de afnemer dan ook had moeten adviseren de overeenkomst niet aan te gaan – zal in beginsel ook een deel van de betaalde rente en aflossing voor vergoeding in aanmerking komen. Van de restschuld zal in beginsel steeds een deel voor rekening van de afnemer kunnen worden gelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27eaa8ccdd3fcb1a5ddc978f603294715cf876c09118fcfe7e7120163a7c9a18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27eaa8ccdd3fcb1a5ddc978f603294715cf876c09118fcfe7e7120163a7c9a18, en de alinea staat in dat document op bytes 28506 tot 29913.