Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015

Onder 2.48. Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:156.

Nu de wetgever eenmaal heeft aanvaard dat een rechtsbetrekking uit onrechtmatige daad waarbij de afschrift verzoekende partij betrokken is, een ‘rechtsbetrekking’ in de zin van art. 843a lid 1 Rv kan zijn, ligt een bevestigend antwoord op deze vraag meer voor de hand dan een ontkennend antwoord. Op basis van de voorliggende feiten zou de Hoge Raad m.i. zelf kunnen beslissen dat het NIFP-rapport is aan te merken als een bescheid aangaande een rechtsbetrekking waarbij eisers (of hun rechtsvoorganger) partij zijn. Daarmee is niet gezegd dat de vordering van eisers dan voor toewijzing gereed ligt. Na vernietiging en verwijzing zal opnieuw moeten worden onderzocht of het bepaalde in het derde lid, dan wel het bepaalde in het vierde lid van art. 843a Rv aan toewijzing in de weg staat . De slotsom is dat ik onderdeel 3 gegrond acht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb, en de alinea staat in dat document op bytes 88149 tot 89066.