Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015
Onder 2.5. Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:156.
Het NIFP-onderzoek is door Marcouch genoemd als één van de onderzoeken die de slachtoffers nodig zouden hebben om een schadeclaim voor te bereiden . Dit noopte het hof niet tot de vaststelling dat de minister het NIFP-rapport heeft genoemd als één van de rapporten waarvan een kopie aan eisers ter beschikking zou worden gesteld. Het noopte het hof evenmin tot de gevolgtrekking dat de toezegging van de minister met betrekking tot de informatieverstrekking aan eisers, geacht moet worden mede betrekking te hebben op het NIFP-rapport. Het hof is niet zonder motivering aan deze stellingen van eisers voorbijgegaan. Integendeel, het hof heeft het verslag van het overleg op 6 december 2012 in ogenschouw genomen en geoordeeld dat daaruit géén toezegging van de minister kan worden afgeleid met betrekking tot het ter beschikking stellen van het NIFP-rapport aan eisers. Dat oordeel is naar behoren met redenen omkleed en niet onbegrijpelijk. De minister sprak, in reactie op de vraag van het Kamerlid, over het dagvaarden van de Staat door de slachtoffers “ter verkrijging van het rapport van de Rijksrecherche” (blz. 11 van het verslag). Hij zegde toe dat de slachtoffers daarover de beschikking zullen krijgen en vond het niet nodig een kort geding hierover te voeren. Het Kamerlid heeft in de tweede termijn van het debat aangekaart dat de slachtoffers niet slechts om het rapport van de Rijksrecherche hadden gevraagd, maar ook om andere rapporten en vroeg of de ruimhartigheid en transparantie die de minister beloofde, ook gold voor die onderzoeken . Verder vroeg het Kamerlid wanneer de verzochte informatie daadwerkelijk beschikbaar zou worden gesteld. Op die vraag liet de voorzitter weten dat de minister al had gezegd dat dit “binnen enkele dagen, maar in ieder geval in de maand december” zou geschieden. De minister, hierna aan het woord, herhaalde slechts zijn toezegging over het ter beschikkingstelling aan slachtoffers en nabestaanden van het rapport van de Rijksrecherche. De opsomming door de voorzitter van de door de minister gedane toezeggingen vermeldt (als eerste toezegging) slechts de verstrekking van het onderzoeksrapport van de Rijksrecherche . Tegen deze achtergrond falen de motiveringsklachten. De slotsom is dat onderdeel 1 niet tot cassatie leidt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb, en de alinea staat in dat document op bytes 20443 tot 22975.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb | shasum -a 256