Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015

Onder 2.8. Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:156.

Art. 16 Wbp verbiedt onder meer de verwerking van ‘strafrechtelijke persoonsgegevens’, behoudens de in diezelfde paragraaf vermelde uitzonderingen. Art. 22 Wbp maakt op dit verbod een uitzondering indien de verwerking geschiedt door organen die krachtens de wet zijn belast met de toepassing van het strafrecht, alsmede door ‘verantwoordelijken’ die deze persoonsgegevens hebben verkregen krachtens de Wet politiegegevens of de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Art. 23 Wbp maakt (meer algemene) uitzonderingen op het in art. 16 neergelegde verbod, waaronder het geval dat de betrokken persoon toestemming heeft gegeven tot de verwerking van zijn gegevens. De uitzondering in art. 22 Wbp betekent vanzelfsprekend niet dat de verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens door het OM (bij uitstek een orgaan dat krachtens de wet belast is met de toepassing van het strafrecht) ongeregeld geschiedt. Daarvoor is de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens geschreven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb, en de alinea staat in dat document op bytes 25475 tot 26480.