Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015

Onder 2.25. Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:156.

Het is waar, dat het begrip ‘strafvorderlijk onderzoek’ in de memorie van toelichting ruim wordt uitgelegd: zo rekende de minister daartoe ook het strafrechtelijk financieel onderzoek en het verkennend onderzoek, geregeld in het Wetboek van Strafvordering . Dit betekent niet dat ieder onderzoek waartoe het OM opdracht heeft gegeven en waarbij een verband kan worden gelegd met zijn taken op het gebied van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde als een ‘strafvorderlijk onderzoek’ in de zin van de Wjsg moet worden bestempeld. Niet is gesteld dat het OM bij zijn opdracht aan het NIFP gebruik heeft gemaakt van een in het Wetboek van Strafvordering geregelde bevoegdheid. Door een onderzoeksopdracht buiten dat kader, zoals het onderhavige NIFP-onderzoek, niet aan te merken als een ‘strafvorderlijk onderzoek’ in de zin van art. 1 Wjsg, heeft het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk gegeven. De rechtsklacht faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb, en de alinea staat in dat document op bytes 53472 tot 54499.