Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015
Onder 2.27. Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:156.
Het hof constateert dat de stelling van de Staat, dat de door het NFIP in opdracht van het OM uitgevoerde analyse “verklaren”, “verwerken” en “voorkomen” ten doel had (zie ook alinea 2.14 hiervoor), niet is tegengesproken. In de redenering van het hof had het NIFP- onderzoek niet het opsporen van een strafbaar feit of de vervolging van een verdachte ten doel. Het onderzoek is niet uitgevoerd door het OM of door opsporingsambtenaren, maar onder leiding van een arts. Nu het onderzoek niet heeft plaatsgevonden in het kader van het Wetboek van Strafvordering (met alle bevoegdheden voor de officier van justitie van dien), kan mijns inziens in het midden blijven krachtens welke bevoegdheid het OM dan wel opdracht heeft gegeven tot het NIFP-onderzoek. Al zou het zo zijn dat het OM (terecht of ten onrechte) een taak van het openbaar bestuur op zich heeft genomen – een kort geding leent zich niet voor nader onderzoek naar de feiten −, dan is daarmee nog niet gegeven dat het hier gaat om persoonsgegevens die door het OM in het kader van een strafvorderlijk onderzoek als bedoeld in art. 1 Wjsg zijn verkregen. Vanuit een rechtsstatelijk oogpunt is het niet aan te raden, het begrip ‘strafvorderlijk onderzoek’ op te rekken: dat schept onduidelijkheid over de vraag of in het kader van dat onderzoek strafvorderlijke bevoegdheden mogen worden aangewend. De middelonderdelen 2.7, 2.8 en 2.9 stuiten hierop af. Het hof heeft blijkens zijn arrest geenszins miskend dat een samenhang bestaat tussen het NIFP-onderzoek en het grootschalige opsporingsonderzoek naar het strafbare feit, begaan in de “Ridderhof”. Dat wil nog niet zeggen dat ook het NIFP-onderzoek deel uitmaakt van dat opsporingsonderzoek: het hof heeft het onderzoek beschouwd en mogen opvatten als een op zichzelf staand onderzoek. De discussie tussen partijen over de vraag of aan de stukken omtrent de schietpartij al dan niet een parketnummer is toegekend (niettegenstaande het overlijden van de schutter), en zo ja, welk nummer , heeft het hof als irrelevant buiten beschouwing mogen laten. Onderdeel 2.10 faalt om die reden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb, en de alinea staat in dat document op bytes 56239 tot 58435.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb | shasum -a 256