Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015
Onder 2.34. Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:156.
De in 1988 ingevoerde tekst stelde drie voorwaarden: (i) de eiser of verzoeker dient een rechtmatig belang te hebben ; (ii) het document moet een onderhandse akte betreffen; (iii) het moet gaan om een onderhandse akte aangaande een rechtsbetrekking waarin de eiser of verzoeker of zijn rechtsvoorgangers partij zijn . Over degene tegen wie een dergelijke vordering kan worden ingesteld bepaalde het artikellid niet méér dan: “degene die deze akte te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft”. Het woord ‘rechtsbetrekking’ veronderstelt taalkundig een rechtens relevante verhouding tussen twee of meer personen . De vraag of deze rechtsbetrekking moet bestaan tussen degene die inzage of afschrift verzoekt en degene tot wie het verzoek om inzage of afgifte is gericht, is in de parlementaire geschiedenis onbeantwoord gebleven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb, en de alinea staat in dat document op bytes 63906 tot 64953.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb | shasum -a 256