Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015

Onder 2.40. Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:156.

De rechtspraak van de Hoge Raad na 18 februari 2000 geeft aanleiding om het begrip “aangaande een rechtsbetrekking waarbij hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn” ruim op te vatten, maar geeft nog geen uitsluitsel over de twee in alinea 2.37 hiervoor gestelde vragen . Zo werd in een zaak waarin een werknemer (een zgn. ‘klokkenluider’) op grond van art. 843a Rv van zijn voormalige werkgeefster TGB inzage vorderde in de correspondentie tussen de Autoriteit Financiële Markten en TGB, het volgende overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d3d221e87a0d06011b10f28d3717eac02270a80c44f420e3b6a26786531d2fb, en de alinea staat in dat document op bytes 74317 tot 74914.