Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2015

Onder 6.9 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:157.

“3.3.2. De middelen zijn gegrond voor zover zij betogen dat de omstandigheid dat door de feitenrechter een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie is gevraagd en verkregen op zichzelf niet leidt tot een uitsluiting of beperking van de mogelijkheid om in de desbetreffende instantie daarna nog nieuwe stellingen of grieven aan te voeren . In ’s Hofs oordeel dat het geschil tussen partijen door hen uitdrukkelijk is beperkt tot de uitlegging van het begrip ‘vervaardigen’, ligt echter besloten het oordeel van het Hof dat belanghebbende andere in de procedure aangevoerde stellingen en/of grieven uitdrukkelijk en ondubbelzinnig heeft ingetrokken alsmede dat belanghebbende uitdrukkelijk en ondubbelzinnig heeft prijsgegeven het recht om nieuwe stellingen en grieven in het geding voor het Hof te betrekken . (…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a87e9855d389372805219c2a9166abb5db576f3e7fe127db8f5ff523dd90b07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a87e9855d389372805219c2a9166abb5db576f3e7fe127db8f5ff523dd90b07, en de alinea staat in dat document op bytes 62973 tot 63888.