Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015

Onder 5.16 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:159.

Uit de parlementaire geschiedenis valt op te maken dat de beoogde sanctie ingeval van een beding dat strijdig is met het derde en zesde lid nietigheid is. Dit uitgangspunt leidt echter tot onbevredigende resultaten. Steeds wordt teruggevallen op de wettelijke termijnen, ook als dit voor de werknemer ongunstig is. Daarmee is het voor de werkgever risicoloos om opzegtermijnen te bedingen die strijden met art. 7:672 leden 3 en 6 BW. Vrij algemeen wordt dan ook aangenomen dat het standpunt van de wetgever onjuist is. Aangenomen wordt dat een dergelijke afwijkende contractuele regeling vernietigbaar is omdat genoemd artikel strekt tot bescherming van de werknemer en, gezien het bepaalde in art. 3:40 lid 2 BW, dus enkel aan de werknemer een beroep op de vernietigbaarheid toekomt. Die opvatting lijkt mij juist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b7a2179e74bc5a5149373ad3e26ccde0aa11d3c88858b6d3a6dd76dc0616035. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b7a2179e74bc5a5149373ad3e26ccde0aa11d3c88858b6d3a6dd76dc0616035, en de alinea staat in dat document op bytes 39367 tot 40387.