Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015
Onder 3.21 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:161.
Onderdeel 3.2 klaagt dat het oordeel van het hof (in rov. 4.6) blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting “aangezien [eiser 1] ten tijde van zijn advisering, begin 2006, op basis van de toenmalige stand van de literatuur en jurisprudentie – hetgeen te dezen beslissend is – in redelijkheid kon menen, althans gerechtvaardigd kon vertrouwen, dat selectieve betalingen, verricht met het oog op een ‘doorstart’ via het faillissement van de oorspronkelijke vennootschap, geoorloofd waren, ook indien dergelijke betalingen werden verricht op het moment waarop het faillissement onafwendbaar was en ook indien met de ‘doorstart’ in zoverre een ‘eigen belang’ werd gediend, dat een of meer van de belanghebbenden bij de oorspronkelijke vennootschap tevens belanghebbenden bij de overnemende vennootschap waren.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4cee81267b9f295cd8327980959ed20086f8a89cf0af3cd3ac028a8f3dfc2a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4cee81267b9f295cd8327980959ed20086f8a89cf0af3cd3ac028a8f3dfc2a1, en de alinea staat in dat document op bytes 38056 tot 38895.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c4cee81267b9f295cd8327980959ed20086f8a89cf0af3cd3ac028a8f3dfc2a1 | shasum -a 256