Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015

Onder 3.2.3 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:162.

Bij de beantwoording van de vraag of het hof, aldus handelende, het recht op hoor en wederhoor heeft geschonden, dient het volgende tot uitgangspunt. Het in art. 6 EVRM gewaarborgde recht op hoor en wederhoor, zoals ook neergelegd in art. 19 Rv, omvat het recht van partijen om kennis te nemen van, en zich te kunnen uitlaten over, alle gegevens en bescheiden die in het geding zijn gebracht en zijn bedoeld om in de oordeelsvorming van de rechter te worden betrokken. Volgens vaste rechtspraak van het EHRM is de grondslag van dit recht mede het vertrouwen dat rechtzoekenden dienen te kunnen stellen in het goed functioneren van de rechtspraak (vgl. onder meer EHRM 26 juli 2011, no. 58222/09 (Juričič), § 75, en EHRM 18 februari 1997, no. 18990/91, LJN AD2686, NJ 1997/590, § 29).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7df38fe13f8fec3ed68cd6fd34714f63aaf2637a301a9458709ab8a16c9d921. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7df38fe13f8fec3ed68cd6fd34714f63aaf2637a301a9458709ab8a16c9d921, en de alinea staat in dat document op bytes 14210 tot 15010.