Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 augustus 2015

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 14 augustus 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 augustus 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1664.

Vanzelfsprekend moet de eiser wél concrete feiten en omstandigheden aanvoeren waaruit een redelijk vermoeden van de (dreiging van de) inbreuk kan volgen, en de stellingen van de wederpartij, voor zover deze een deugdelijke betwisting kunnen opleveren, naar behoren pareren. Daarbij moet dan worden verlangd – mede gelet op artikel 6, eerste lid, van de evengenoemde richtlijn – dat de eiser voldoende bewijsmateriaal dat redelijkerwijs al beschikbaar is, overlegt om de beweerde inbreuk (ter zake waarvan hij een vordering wil instellen) toe te lichten, alsmede dat hij stelt dat de monsters en kopieën die respectievelijk zijn genomen en in conservatoir bewijsbeslag zijn genomen, (aanvullend) bewijsmateriaal vormen om die beweerde inbreuk te staven.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23b296de999e1ab53aa37a75be5aa496cc7f2fab2a9df0f58fcfbddd94be0e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23b296de999e1ab53aa37a75be5aa496cc7f2fab2a9df0f58fcfbddd94be0e10, en de alinea staat in dat document op bytes 58022 tot 58796.