Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 augustus 2015

Onder 30.10. Parket bij de Hoge Raad 14 augustus 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 augustus 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1667.

Zoals in het arrest van 18 september 2009 in r.o. 8.5.3 is overwogen, is de persoonlijkheid wel van belang voor de beoordeling van de hypothetische situatie zoals die zonder ongeval zou zijn ontstaan. In dit soort zaken wordt de (arbeidsvermogens)schade immers vastgesteld door de situaties met en zonder ongeval te vergelijken en een financiële schadeberekening op grond van het verschil te maken. In dat verband is van belang of [eiser] ook zonder ongeval vergelijkbare klachten en/of beperkingen zou hebben gehad, en zo ja, met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang die klachten ook zouden hebben geleid tot de arbeidsvermogensschade als gevorderd. Bij deze vergelijking komt het mede aan op de redelijke verwachting van de rechter omtrent toekomstige ontwikkelingen (HR 15 mei 1998, NJ 1998, 624 (Vehof/Helvetia) en HR 4 januari 2000, NJ 2000, 437 (Van Sas/Interpolis). Dit betekent dat dient te worden beoordeeld of de pre-dispositie van [eiser] , in casu de omstandigheid dat hij op een somatische wijze reageert en de klachten verergert, in die hypothetische situatie tot inkomensderving zou hebben geleid althans met voldoende waarschijnlijkheid zou hebben kunnen leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/377ffbb0c4e30f23d60fa9763a3285950db9980167f7dc6629f902b507016bb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 377ffbb0c4e30f23d60fa9763a3285950db9980167f7dc6629f902b507016bb7, en de alinea staat in dat document op bytes 25142 tot 26368.