Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 augustus 2015

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 14 augustus 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 augustus 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1669.

We zagen al dat het Hof met juistheid heeft overwogen dat [eiseres] c.s. niet zonder meer aanspraak hadden op € 300.000. Juist is dan ook ’s Hofs oordeel dat het gaat om een “mogelijke aanspraak op € 300.000,00” (rov. 8.8.5). Ook slaat het Hof de spijker op de kop waar het in rov. 8.8.2 voorop stelt dat “het handelen met iemand terwijl men weet dat deze laatste door dat handelen een door hem met een derde gesloten overeenkomst schendt, op zichzelf jegens die derde niet onrechtmatig is”. Van onrechtmatigheid is pas sprake indien de aangesproken partij weet of behoort te weten dat haar wederpartij door het sluiten van de desbetreffende overeenkomst, kort gezegd, wanprestatie pleegt jegens een derde en bovendien sprake is van bijkomende omstandigheden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e79fbb448d239e7f52339424006ddf5af98f269541ebbf684dad17e25ae5ba2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e79fbb448d239e7f52339424006ddf5af98f269541ebbf684dad17e25ae5ba2d, en de alinea staat in dat document op bytes 35546 tot 36396.