Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 augustus 2015

Onder 3.18 Parket bij de Hoge Raad 14 augustus 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 augustus 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1669.

Ook onderdeel 4.2 richt pijlen op rov. 8.9.2 waarin het door [eiseres] c.s. gedane beroep op de door de Hoge Raad geformuleerde rechtsregel dat wanneer iemand zich contractueel heeft gebonden, waardoor de contractsverhouding waarbij hij partij is in het rechtsverkeer een schakel is gaan vormen waarmee de belangen van derden die aan dit rechtsverkeer deelnemen, in allerlei vormen kunnen worden verbonden, het hem niet onder alle omstandigheden vrijstaat de belangen te verwaarlozen die genoemde derden bij behoorlijke nakoming van het contract hebben. Volgens het onderdeel is niet in te zien waarom een beroep op deze arresten alleen mogelijk zou zijn als [verweerster] partij zou zijn geworden bij de overeenkomsten van 14 maart 2007 en/of 21 december 2007. Toen [verweerster] op 6 juli 2009 de overeenkomst met Compaen en DMB aanging, maakten [verweerster] en [eiseres] c.s. deel uit van dezelfde contractuele keten, al zou dat maar een ongedeeld tijdsmoment zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e79fbb448d239e7f52339424006ddf5af98f269541ebbf684dad17e25ae5ba2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e79fbb448d239e7f52339424006ddf5af98f269541ebbf684dad17e25ae5ba2d, en de alinea staat in dat document op bytes 40397 tot 41486.