Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2015

Onder 5.12 Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1696.

Een (recent) arrest waarin een aan een werknemer verstrekte vergoeding onbelast was als gevolg van de – tot 1 januari 2011 geldende – regeling inzake vrije vergoedingen en verstrekkingen is HR BNB 2015/110. Politiebeambten hebben op grond van een rechtspositionele regeling het recht om vorderingen – die zij houden ter zake van door daders aan hen toegebrachte immateriële schade – te cederen aan hun werkgever, tegen uitkering van de nominale waarde van deze vordering. Uit ervaringsregels blijkt dat de werkelijke waarde van dergelijke vorderingen slechts 28 procent van de nominale waarde bedraagt. Ter zake van dit verschil genieten de politiebeambten aldus een voordeel. In geschil was of dit voordeel loon is in de zin van art. 10(1) Wet LB 1964 en, zo ja, of dit is aan te merken als vrije vergoeding in de zin van art. 11(1)(a) Wet LB 1964. Het (eerste) standpunt van de Staatssecretaris, dat geen sprake is van loon uit dienstbetrekking, wijst de Hoge Raad af met een beroep op art. 81 Wet RO:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4183ae99d17820b8686ff711dd3e5836a5a7f6cc4e4aff294798923701048c4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4183ae99d17820b8686ff711dd3e5836a5a7f6cc4e4aff294798923701048c4a, en de alinea staat in dat document op bytes 110069 tot 111159.