Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 augustus 2015

Onder 8.3 Parket bij de Hoge Raad 6 augustus 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 augustus 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1697.

“Doordat de term ‘afdwingbare’ tussen haken wordt gezet is onduidelijk of de afdwingbaarheid van beslissende betekenis is. Dat lijkt niet het geval door de verwijzing naar de ‘pure doorstroomsituaties’, omdat een conduit niet per se een afdwingbare doorstotingsverplichting heeft. (…). Zoals een schuld reeds onder de werking van lid 2 valt indien de rente rechtens direct, rechtens indirect, in feite direct, of in feite indirect is verschuldigd aan een verbonden lichaam, zo is de tegenbewijsregeling mijns inziens al van toepassing indien bij één van die personen of bij hen samen de rente voldoende is belast. Indien bijvoorbeeld een op de voet van art. 10a, lid 2, besmette transactie wordt gefinancierd met een lening van de bank, en in verband daarmee hetzelfde bedrag door een met de belastingplichtige verbonden lichaam wordt aangehouden, dan is sprake van het indirect verschuldigd zijn van rente aan dat verbonden lichaam, ook indien op de bank geen afdwingbare verplichting rust om de ontvangen rente door te betalen (…). Indien de rente bij dat verbonden lichaam onderworpen is aan een naar Nederlandse maatstaven redelijke heffing staat noch de tekst noch de ratio eraan in de weg om een compenserende heffing aanwezig te achten.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c104da376efd473a72aa7827b5959bdffcb950e933c5f90c91bfe07ac941a23. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c104da376efd473a72aa7827b5959bdffcb950e933c5f90c91bfe07ac941a23, en de alinea staat in dat document op bytes 185323 tot 186598.