Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2015

Onder 6.7 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1713.

Het zojuist gestelde sluit voor een gedeelte aan bij de suggestie die J.J. Dammingh doet sub 5 van zijn in voetnoot 22 genoemde bijdrage. Hij suggereert aldaar dat in de wet het vermoeden wordt opgenomen dat een bemiddelaar in opdracht van een verhuurder optreedt, indien hij via zijn website (of een ander communicatiemiddel) woonruimte van een verhuurder te huur aanbiedt. Bij een dergelijk wettelijk vermoeden zal, zo merkt Dammingh op, de rechter namelijk moeten aannemen dat een bemiddelaar, die woonruimte van een ander te huur aanbiedt, (ook) in opdracht van die ander handelt, zodat art. 7:417 lid 4 zich ertegen verzet dat de huurder courtage verschuldigd is. Hiermee wordt de huurder tegemoet gekomen in de op hem rustende bewijslast dat sprake is van tweezijdige bemiddeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c29b52b02cef847954503e5fe631fd9eeff6c9332044585ef4629c376405233e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c29b52b02cef847954503e5fe631fd9eeff6c9332044585ef4629c376405233e, en de alinea staat in dat document op bytes 63820 tot 64619.