Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2015

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1713.

Onderstreept wordt dat partijen groot belang kunnen hebben bij het geboden krijgen van de gelegenheid om zich uit te laten over de beslissing om een prejudiciële vraag te stellen en over de formulering van de vraag. Hierin is een duidelijke aanmaning aan de rechter te zien om het voorschrift van artikel 392 lid 2 Rv na te leven. Er wordt echter noch in de Toelichting op artikel 392 lid 2 Rv noch in het artikel zelf te kennen gegeven dat de Hoge Raad van de behandeling van een hem voorgelegde prejudiciële vraag dient af te zien, indien de zojuist bedoelde gelegenheid niet aan partijen is geboden. Het lijkt ook beter om niet vast van die sanctie uit te gaan, maar van geval tot geval te beoordelen of aan de niet-naleving van artikel 392 lid 2 Rv een sanctie dient te worden verbonden en, zo ja, welke. In het onderhavige geval is vóór en tijdens de comparitie van partijen al door partijen gedebatteerd over de wenselijkheid van het stellen van een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad en daarbij heeft Duinzigt al in de verzet-dagvaarding een voorstel voor de aan de Hoge Raad te stellen vraag gedaan. Op dat voorstel heeft [geopposeerde] tijdens de comparitie van partijen niet inhoudelijk gereageerd; zij volstaat met een verzoek om, indien de Kantonrechter beslist tot het gaan stellen van een prejudiciële vraag, alsdan nog in de gelegenheid te worden gesteld om op de door de Kantonrechter voorgestelde vraag te reageren. De vraag die de Kantonrechter aan de Hoge Raad heeft voorgelegd, komt – naar de kern genomen – in belangrijke mate overeen met de door Duinzigt gesuggereerde vraag. In cassatie geeft [geopposeerde] niet aan zich gedupeerd te voelen door het feit dat de Kantonrechter, hoewel zij daarom had verzocht, haar niet in de gelegenheid heeft gesteld om zich nog over de door de Kantonrechter geformuleerde prejudiciële vraag uit te laten vooraleer deze aan de Hoge Raad voor te leggen. Gezien dit alles bestaat er, zo komt het voor, geen aanleiding om een gevolg te verbinden aan het feit dat de Kantonrechter geen uitvoering heeft gegeven aan het voorschrift van artikel 392 lid 2 Rv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c29b52b02cef847954503e5fe631fd9eeff6c9332044585ef4629c376405233e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c29b52b02cef847954503e5fe631fd9eeff6c9332044585ef4629c376405233e, en de alinea staat in dat document op bytes 11016 tot 13153.