Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2015
Onder 5.3. Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1823.
Ook om de volgende reden heeft het middel geen kans van slagen. Volgens vaste jurisprudentie is het proces-verbaal de kenbron bij uitstek van al hetgeen is voorgevallen in raadkamer. Van de juistheid daarvan moet dan ook worden uitgegaan, evidente misslagen daargelaten. Indien uit het proces-verbaal niet blijkt dat een verweer is gevoerd, dient het ervoor te worden gehouden dat dit inderdaad niet is gevoerd. Een klaagster - en hetzelfde geldt voor haar raadsvrouw - die van een antwoord op een bepaald verweer verzekerd wil zijn, doet er verstandig aan om ervoor te zorgen dat dit verweer in het proces-verbaal vast komt te liggen. Dat kan op twee manieren. Op de voet van art. 25, tweede lid, Sv (zie ten aanzien van gewone strafzaken het met dit artikel vergelijkbare art. 326 Sv) kan de klaagster verzoeken dat enige opgave in de eigen woorden zal worden opgenomen in het proces-verbaal. Daarnaast kan de raadsvrouw namens de klaagster een pleitnota overleggen. In aanmerking genomen dat door of namens de klaagster van geen van beide opties gebruik is gemaakt, voldoet het opgemaakte proces-verbaal aan het bepaalde in art. 25, eerste lid, Sv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae32bbcf60a6f7965c7b03c67cd59cb0e01b62cbb6747ed71300a4cd3132bffa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae32bbcf60a6f7965c7b03c67cd59cb0e01b62cbb6747ed71300a4cd3132bffa, en de alinea staat in dat document op bytes 10830 tot 11996.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae32bbcf60a6f7965c7b03c67cd59cb0e01b62cbb6747ed71300a4cd3132bffa | shasum -a 256