Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 2015

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 11 september 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1882.

Overigens blijkt uit recente rechtspraak dat de feitenrechters zich bewust zijn van de onvermijdelijkheid van de omweg. Zo heeft in de schuldsaneringszaakzaak die leidde tot de beschikking van de Hoge Raad van HR 6 februari 2015 , waarin bepaalde stukken niet in de beoordeling van het hof waren betrokken, het hof in de loop van de cassatieprocedure aan (de advocaat van) verzoeker in cassatie en de griffie van de Hoge Raad een brief gezonden waaruit blijkt die stukken (fax en machtiging) wel door het hof ontvangen zouden (moeten) zijn, maar dat deze stukken de raadsheren die het arrest hebben gewezen, niet hebben bereikt en dat deze raadsheren ook niet op de hoogte zijn gesteld van het telefoongesprek dat naar aanleiding van de brief van het hof van 3 september 2014 heeft plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa0bc781f251352710806a4c6027bb9d19602890578af68df7a984b8971c9b57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa0bc781f251352710806a4c6027bb9d19602890578af68df7a984b8971c9b57, en de alinea staat in dat document op bytes 26151 tot 27088.