Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 2015
Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 11 september 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1882.
Het is m.i. evident dat dit betoog niet kan worden gehonoreerd. Wanneer Uw Raad na vernietiging van het arrest van 10 juni 2014 zou bepalen dat het arrest van 11 maart 2014 rechtskracht tussen partijen heeft, zou dit betekenen dat [verweerster] c.s. als gevolg van het processueel onjuiste handelen van het hof de mogelijkheid om cassatieberoep in te stellen tegen dit arrest feitelijk is ontnomen terwijl hen geen enkel processueel verwijt valt te maken inzake het veroorzaken van dit gebrek. Het processueel onjuist handelen van het hof raakt hiermee rechtstreeks de toegang tot de rechter van [verweerster] c.s. zoals beschermd in artikel 6 EVRM. De door [eiser] in cassatie voorgestelde oplossing is niet alleen onrechtvaardig, het zou mogelijk ook een schending van artikel 6 EVRM opleveren wegens excessief formalisme .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa0bc781f251352710806a4c6027bb9d19602890578af68df7a984b8971c9b57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa0bc781f251352710806a4c6027bb9d19602890578af68df7a984b8971c9b57, en de alinea staat in dat document op bytes 33382 tot 34284.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa0bc781f251352710806a4c6027bb9d19602890578af68df7a984b8971c9b57 | shasum -a 256