Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:191.

Art. 358a lid 1 Fw bepaalt (kort gezegd) dat indien na beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling met verlening van de schone lei blijkt van benadeling van schuldeisers vóór de beëindiging, de rechter op verzoek van iedere belanghebbende kan bepalen dat de schone lei wordt ontnomen. Over de vraag wie als ‘iedere belanghebbende’ in de zin van art. 358a Fw kan worden aangemerkt, bestaat geen duidelijkheid. De parlementaire geschiedenis van art. 358a Fw verschaft op dit punt geen uitsluitsel. In de lagere jurisprudentie wordt aangenomen dat de voormalige bewindvoerder en de rechter-commissaris als belanghebbende in de zin van art. 358a Fw kunnen worden aangemerkt. Daarentegen wordt in de literatuur de rechter-commissaris niet als belanghebbende aangemerkt. Dethmers schaart hieronder de benadeelde schuldeisers en daarnaast ook de bewindvoerder, op grond van zijn aansprakelijkheid jegens de schuldeisers in geval van een tekortschieten in het beheer van de boedel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd289fad295e487f886fd1b747f42e4e6fe1e95b4c1af801b7cd90aa0c54fc10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd289fad295e487f886fd1b747f42e4e6fe1e95b4c1af801b7cd90aa0c54fc10, en de alinea staat in dat document op bytes 13540 tot 14871.