Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015
Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:191.
De rechter-commissaris heeft overigens voorafgaande aan zijn voordracht tot toepassing art. 358a lid 1 Fw [verzoeker] bij brief van 6 maart 2014 met de aan hem verweten feiten en omstandigheden geconfronteerd en hem in de gelegenheid gesteld hierop te reageren (waar [verzoeker] vervolgens niet op heeft gereageerd). In deze brief geeft de rechter-commissaris aan dat er tijdens de schuldsanering wel signalen waren dat [verzoeker] voor [A] werkzaam was en dat de rechter-commissaris en de bewindvoerder hierover vragen aan [verzoeker] hebben gesteld, maar dat [verzoeker] dit steeds heeft ontkend. Voor zover er dan ook sprake was van enige bekendheid tijdens de schuldsanering, heeft dit door toedoen van [verzoeker] zelf niet aan toekenning van de schone lei in de weg gestaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd289fad295e487f886fd1b747f42e4e6fe1e95b4c1af801b7cd90aa0c54fc10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd289fad295e487f886fd1b747f42e4e6fe1e95b4c1af801b7cd90aa0c54fc10, en de alinea staat in dat document op bytes 25198 tot 25991.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd289fad295e487f886fd1b747f42e4e6fe1e95b4c1af801b7cd90aa0c54fc10 | shasum -a 256