Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 september 2015
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 1 september 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1932.
7. Het volgende kan worden voorop gesteld. Art. 414 Sv, eerste lid, tweede volzin, Sv geeft de advocaat-generaal en de verdachte in strafzaken de bevoegdheid in hoger beroep nieuwe bescheiden of stukken van overtuiging over te leggen. Ingevolge art. 511g, tweede lid, Sv is dit artikel ook in ontnemingszaken van toepassing. De uitoefening van die bevoegdheid is evenwel onderworpen aan de eisen die voortvloeien uit de beginselen van een behoorlijke procesorde. Van geval tot geval zal moeten worden beoordeeld of aan die eisen is voldaan, waarbij mede betekenis toekomt aan de (belastende dan wel ontlastende) aard van de over te leggen bescheiden of stukken en, indien het om belastende bescheiden of stukken gaat, aan de (al dan niet complexe) aard van de te berechten zaak en het stadium waarin de procedure zich bevindt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1bf2b2c56072998ec6252266f5f42bed9ff3e40660c872d5b91dd1362ab2f9dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1bf2b2c56072998ec6252266f5f42bed9ff3e40660c872d5b91dd1362ab2f9dd, en de alinea staat in dat document op bytes 15522 tot 16425.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1bf2b2c56072998ec6252266f5f42bed9ff3e40660c872d5b91dd1362ab2f9dd | shasum -a 256