Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2015
Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1971.
Zoals hierboven opgemerkt, is in het onderhavige geval op de kostenveroordeling artikel 1019h Rv van toepassing. ( ) In dat artikel wordt ook gesproken van veroordeling van de in het ongelijk gestelde partij in gerechtskosten en andere kosten. Van onder meer artikel 237 Rv wordt in artikel 1019h Rv slechts afgeweken voor zover nodig. Er zijn geen aanwijzingen gevonden op grond waarvan valt aan te nemen dat in artikel 1019h Rv aan de ‘in het ongelijk gestelde partij’ een andere betekenis valt toe te kennen dan in artikel 237 Rv. Die aanwijzing is, naar het voorkomt, ook niet te vinden in het arrest van 18 oktober 2011 van het Hof van Justitie EG, waarnaar in rov. 3.10.4 wordt verwezen. De door het hof uit dat arrest geciteerde rov. 48 en 49 – inclusief de slotzin van rov. 49 – hebben geen betrekking op de vraag wie als de in het ongelijk gestelde partij is aan te merken. Anders gezegd, ook wanneer men uitgaat van artikel 1019h Rv geeft het hof blijk van een onjuiste rechtsopvatting door [verweerster] aan te merken als deels in het ongelijk gesteld vanwege het gegrond bevinden van grief A, terwijl dat niet leidt tot gehele of gedeeltelijke ongedaan making van de afwijzing door de rechtbank van de door [verzoekster] ingestelde vorderingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/885c4fa86035f22972f21c90847270c1bd0c3e276db780010a4af022c82e4d17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 885c4fa86035f22972f21c90847270c1bd0c3e276db780010a4af022c82e4d17, en de alinea staat in dat document op bytes 58255 tot 59695.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/885c4fa86035f22972f21c90847270c1bd0c3e276db780010a4af022c82e4d17 | shasum -a 256