Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2015

Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1971.

In de tweede alinea van rov. 3.10.2 neemt het hof ook in aanmerking ‘wat de billijkheid vereist’. De vraag is of het hof (ook) in dat verband in aanmerking neemt, dat [verweerster] deels in het ongelijk is gesteld doordat met het gegrond bevinden van grief A haar hierboven in 3.3 vermelde standpunt is verworpen. Dat is niet duidelijk. Het billijkheids-oordeel is bepaald cryptisch te noemen. Indien de vraag bevestigend zou dienen te worden beantwoord, dan geldt minst genomen dat het billijkheidsoordeel onvoldoende gemotiveerd is. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien waarom in het onderhavige geval het gegrond bevinden van een grief, zonder dat dit leidt tot een gehele of gedeeltelijke ongedaanmaking van de afwijzing van de vorderingen van de partij die de grief heeft ingesteld, uit billijkheidsoverwegingen ertoe dient te leiden dat toepassing wordt gegeven aan de in een dergelijke situatie normaal gesproken niet van toepassing zijnde regel dat proceskosten over de partijen verdeeld kunnen worden, wanneer zij – naar het petitum en het dictum gemeten – ieder gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/885c4fa86035f22972f21c90847270c1bd0c3e276db780010a4af022c82e4d17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 885c4fa86035f22972f21c90847270c1bd0c3e276db780010a4af022c82e4d17, en de alinea staat in dat document op bytes 59774 tot 60921.