Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2015
Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1971.
In subonderdeel 2.1.1 wordt vooropgesteld dat er van uit te gaan is dat er nog steeds sprake is van een gebruik door [verweerster] van de handelsnaam ‘ [verweerster] ’. In subonderdeel 2.1.2, onder i, wordt in aansluiting hierop betoogd dat, nu het hof van oordeel is dat aan te nemen is dat aan [verzoekster] de oudste rechten toekomen met betrekking tot een aanduiding waarin naast het woord ‘Advocaten’ ook de letters [hoofdletters] voorkomen, dit niet anders kan worden begrepen dan als dat het hof van oordeel is dat [verweerster] door het voeren van de handelsnaam ‘ [verweerster] ’ in de omgeving van [plaats] inbreuk maakt op de handelsnaam van [verzoekster] . Hieraan wordt vervolgens de klacht verbonden dat, indien het hof iets anders beoogd heeft te oordelen, dat oordeel onbegrijpelijk althans onvoldoende gemotiveerd is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/885c4fa86035f22972f21c90847270c1bd0c3e276db780010a4af022c82e4d17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 885c4fa86035f22972f21c90847270c1bd0c3e276db780010a4af022c82e4d17, en de alinea staat in dat document op bytes 14097 tot 15033.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/885c4fa86035f22972f21c90847270c1bd0c3e276db780010a4af022c82e4d17 | shasum -a 256