Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2015
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1971.
In subonderdeel 2.2.8 wordt stil gestaan bij wat het hof in rov. 3.7.3, derde alinea, overweegt in verband met het ontbreken van het onderschrift “ [verweerster] ” bij vervolgvellen. In verband met die omstandigheid overweegt het hof: “… maar de kans dat een argeloze deelnemer aan het maatschappelijk verkeer, met de door [verzoekster] aangevoerde ‘vage herinnering’, hiermee onverhoeds wordt geconfronteerd en in verwarring wordt gebracht acht het hof zo niet nihil, dan toch te verwaarlozen.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/885c4fa86035f22972f21c90847270c1bd0c3e276db780010a4af022c82e4d17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 885c4fa86035f22972f21c90847270c1bd0c3e276db780010a4af022c82e4d17, en de alinea staat in dat document op bytes 30400 tot 30995.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/885c4fa86035f22972f21c90847270c1bd0c3e276db780010a4af022c82e4d17 | shasum -a 256