Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2015
Onder 3.1 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1971.
In het kader van het incidenteel cassatieberoep, dat uit twee onderdelen bestaat, bestrijdt [verweerster] de beslissing van het hof om de proceskosten van de eerste en tweede instantie te compenseren in die zin dat ieder van de partijen haar eigen kosten draagt. Het hof beoogt daarbij toepassing te geven aan artikel 1019h Rv. Dat artikel maakt deel uit van de regeling in titel 15 van boek 3 van het WvBRv inzake de rechtspleging in zaken betreffende rechten van intellectuele eigendom. In het artikel wordt bepaald dat, voor zover nodig in afwijking van de artikelen 237 t/m 245 Rv, de in het ongelijk gestelde partij desgevorderd veroordeeld wordt in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Het artikel is voortgekomen uit artikel 14 van de Richtlijn 2004/48/EG ( ) dat luidt: “De lidstaten dragen er zorg voor dat, als algemene regel, redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de verliezende partij zullen worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/885c4fa86035f22972f21c90847270c1bd0c3e276db780010a4af022c82e4d17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 885c4fa86035f22972f21c90847270c1bd0c3e276db780010a4af022c82e4d17, en de alinea staat in dat document op bytes 53604 tot 54907.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/885c4fa86035f22972f21c90847270c1bd0c3e276db780010a4af022c82e4d17 | shasum -a 256