Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2015

Onder 4.8. Parket bij de Hoge Raad 29 september 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1996.

Anders dan de stellers van het middel, lees ik in dit arrest niet een uit art. 6 EVRM voortvloeiend algemeen recht van verdachten om voorafgaand aan ieder verhoor te worden gewezen op het recht een advocaat te consulteren. Het springende punt in deze zaak is immers niet het feit dat Bayram Güçlü niet voor elk verhoor is gewezen op zijn recht een advocaat te consulteren, maar dat zijn recht op toegang tot een advocaat gedurende zijn verblijf in politiedetentie systematisch was uitgesloten op basis van een bepaling in de Turkse wet betreffende verdachten van feiten die worden berecht door de staatsveiligheidsgerechten. Met deze uitspraak over dit defect in de Turkse rechtsorde sluit het Straatsburgse Hof naadloos aan bij zijn uitspraak in de Salduz-zaak, waarin het eveneens ging om een verdachte die op grond van art. 31 van ‘Law no. 2842’ rechtsbijstand was ontzegd. Veel nieuws onder de zon brengt de uitspraak dan ook niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/544f2e858d7feb89d76e93dc34294e2b7920915f8a49994c7d8c659a95527280. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 544f2e858d7feb89d76e93dc34294e2b7920915f8a49994c7d8c659a95527280, en de alinea staat in dat document op bytes 22524 tot 23543.