Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2.
Op zichzelf is juist dat een beschikking waarin een beroep in rechte op vernietiging op de voet van art. 7:291 lid 1 en 2 is aanvaard constitutief van karakter is, en dat dit met zich brengt dat de nieuwe rechtstoestand (nietigheid van het afwijkend beding) pas intreedt bij het in kracht van gewijsde gaan. Dat de rechter een constitutieve uitspraak doet, impliceert naar mijn mening echter niet dat de rechter die het beroep in rechte op vernietiging van een beding als bedoeld in art. 7:291 lid 1 BW in zijn uitspraak heeft aanvaard, vervolgens genoodzaakt zou zijn om een goedkeuringsverzoek te gaan behandelen. De rechter heeft het beroep op vernietiging aanvaard en komt daarom niet toe aan behandeling van het goedkeuringsverzoek. Zijn (constitutieve) uitspraak heeft op dat moment per definitie nog geen kracht van gewijsde. Maar het valt niet in te zien waarom dat enkele gegeven de rechter zou noodzaken tot een onderzoek naar een goedkeuringsmogelijkheid. Het lijkt mij logisch dat een rechter die, hetzij (declaratoir) oordeelt dat een partij terecht buiten rechte de vernietigbaarheid van een beding heeft ingeroepen, hetzij (constitutief) oordeelt dat een partij terecht in rechte de vernietigbaarheid van een beding heeft ingeroepen, daaraan de gevolgtrekking verbindt dat er verder geen goedkeuringsvraagstuk meer voorligt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3eac75a02b971b6fd701ef3f850673fdac70bf76ead8dc518d2038656cf38895. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3eac75a02b971b6fd701ef3f850673fdac70bf76ead8dc518d2038656cf38895, en de alinea staat in dat document op bytes 46973 tot 48453.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3eac75a02b971b6fd701ef3f850673fdac70bf76ead8dc518d2038656cf38895 | shasum -a 256