Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2.

Volgens art. 7:201 lid 2 BW kunnen bedingen die ten nadele van de huurder afwijken van de bepalingen van afdeling 7.4.6 evenwel, behoudens wanneer het betreft een afwijking van artikel 307, niet op die grond worden vernietigd, indien zij zijn goedgekeurd door de rechter. De wettelijke maatstaf voor goedkeuring is in lid 3 nader uitgewerkt: de goedkeuring wordt alleen gegeven indien het beding de rechten die de huurder aan afdeling 7.4.6. ontleent, niet wezenlijk aantast of diens maatschappelijke positie in vergelijking met die van de verhuurder zodanig is dat hij de bescherming van de onderhavige afdeling in redelijkheid niet behoeft. Bij de toepassing van deze maatstaf kan de rechter, ook bij een gezamenlijk verzoek, het verzoek afwijzen om de huurder tegen zichzelf in bescherming te nemen. Een dergelijke beschermingsgedachte ligt ook ten grondslag aan de keuze van de wetgever om bedingen die ten nadele van de huurder afwijken van de in art. 7:307 BW geregelde indeplaatsstelling, uit te zonderen van de goedkeuringsmogelijkheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3eac75a02b971b6fd701ef3f850673fdac70bf76ead8dc518d2038656cf38895. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3eac75a02b971b6fd701ef3f850673fdac70bf76ead8dc518d2038656cf38895, en de alinea staat in dat document op bytes 22192 tot 23441.