Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2015
Onder 2.7. Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2045.
De overige klachten van middelonderdeel 1 betreffen het oordeel van het hof over de vordering van de man tot vergoeding van het bedrag dat hij vanuit zijn privévermogen zou hebben gestoken in de aankoop van de gemeenschappelijke woning te [plaats A] en indirect in de aankoop van de gemeenschappelijke woning te [plaats B] . De man stelt, onder verwijzing naar HR 10 januari 1992, NJ 1992/651 m.nt. E.E.A. Luijten, dat, ook al is de gemeenschappelijke woning in waarde gedaald, hij jegens de vrouw aanspraak behoudt op vergoeding van het volledige nominale bedrag dat hij uit privé-middelen in de eenvoudige gemeenschap heeft ingebracht (welke aanspraak naar zijn mening ook zou kunnen worden gebaseerd op het bepaalde in art. 3:172 en/of 3:166 lid 3 en/of 3:192 BW; zie subonderdeel 1.4). Redelijkheid en billijkheid doen daaraan niet af; voor zover dat wel het geval mocht zijn en het hof op die grond de aanspraak van de man heeft gematigd, heeft het hof volgens het middelonderdeel ontoereikend gemotiveerd waarom de man het risico van de waardedaling zou moeten dragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc59f31029ebe20e28b4ad80db86dd1935d10e1c79b53341678640ba19078121. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc59f31029ebe20e28b4ad80db86dd1935d10e1c79b53341678640ba19078121, en de alinea staat in dat document op bytes 20104 tot 21193.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc59f31029ebe20e28b4ad80db86dd1935d10e1c79b53341678640ba19078121 | shasum -a 256