Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2015

Onder 2.21. Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2045.

Krachtens art. 3:194 lid 2 BW, dat op zijn beurt is ontleend aan art. 1110 (oud) BW, verbeurt een deelgenoot zijn aandeel in de gemeenschap indien die deelgenoot opzettelijk tot de gemeenschap behorende goederen verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt . Voor de sanctie van art. 3:194 lid 2 BW is aanleiding wanneer een der deelgenoten het bestaan van een tot de gemeenschap behorend goed verzwijgt, terwijl hij wist dat het goed tot de gemeenschap behoort . Gelet op de geschiedenis van de Wet verrekenbedingen, reeds aangehaald, kan voor de toepassing van art. 1:135 lid 3 BW hetzelfde worden aangenomen als bij toepassing van art. 3:194 lid 2 BW, met dien verstande dat de sanctie ingaat nadat de verrekening heeft plaatsgevonden . Tot aan het moment van de verrekening tussen de echtgenoten kan de verrekenplichtige echtgenoot dus nog melding maken van (het bestaan van) het in de verrekening te betrekken vermogensbestanddeel, onderscheidenlijk de in de verrekening te betrekken inkomsten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc59f31029ebe20e28b4ad80db86dd1935d10e1c79b53341678640ba19078121. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc59f31029ebe20e28b4ad80db86dd1935d10e1c79b53341678640ba19078121, en de alinea staat in dat document op bytes 37410 tot 38607.