Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2015

Onder 2.22. Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2045.

Het voorgaande brengt mee dat subonderdeel 2.1 tevergeefs door de man is voorgedragen. Blijkens rov. 7.4.6 van het eindarrest, heeft het hof uit de overgelegde stukken opgemaakt dat de man ten tijde van de echtscheiding kennis had van het bestaan van beide polissen, maar deze opzettelijk heeft verzwegen althans verborgen heeft gehouden. Daarin ligt besloten dat het hof van oordeel is dat de man wist dat deze polissen behoorden tot het vermogen dat (omdat de bedongen periodieke verrekening achterwege was gebleven) alsnog tussen partijen verrekend moest worden. Daarvan uitgaande, heeft het hof de regel van art. 1:135 lid 3 BW correct toegepast en zijn oordeel op voor de lezer inzichtelijke wijze gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc59f31029ebe20e28b4ad80db86dd1935d10e1c79b53341678640ba19078121. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc59f31029ebe20e28b4ad80db86dd1935d10e1c79b53341678640ba19078121, en de alinea staat in dat document op bytes 38688 tot 39454.