Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2015

Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2091.

Het middel in incidenteel cassatieberoep klaagt, samengevat, dat het oordeel van het hof blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting althans onvoldoende gemotiveerd is “indien en voor zover” het hof in rov. 3.3 heeft geoordeeld “dat voor zover kredietovereenkomst II strekte tot verlening van het overbruggingskrediet, deze overeenkomst niet bestemd was om bestellingen voor het nieuwe seizoen mee te doen c.q. niet in het teken stond van nieuwe seizoensfaciliteiten […]”. [eiser] heeft, zo stelt het middel, in hoger beroep namelijk geen grief gericht tegen het oordeel van de rechtbank (in rov. 4.12) dat de met kredietovereenkomst II verstrekte gelden bedoeld waren voor het kunnen verrichten van de kernactiviteiten van de onderneming. Volgens het middel zou het hof dus de grenzen van de rechtsstrijd in appel hebben overschreden. Tot slot stelt het middel: “Bovendien heeft het hof aldus zonder enige motivering een essentiële stelling van ING gepasseerd, namelijk dat het totaal van het bedrag van EUR 770.000 dat op grond van kredietovereenkomst II ter beschikking werd gesteld bestemd was om seizoensinkopen te doen en andere bedrijfsactiviteiten te bekostigen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a5af604270aa788ffc9c67c89d063291d7fcdd4d497b932c40479083bf9cd6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a5af604270aa788ffc9c67c89d063291d7fcdd4d497b932c40479083bf9cd6b, en de alinea staat in dat document op bytes 30981 tot 32181.